‘Dominee, fijn dat u er bent. Ik wacht al de hele tijd tot u komt om mijn kousen uit te trekken.’
Een wijkbezoeker belt me op met zorg over mw. T. Ze praat steeds warriger, kan feiten en fictie soms moeilijk onderscheiden en lichamelijk komen ook allerlei klachten. Mw. T. is weduwe zonder kinderen en is veel alleen. Ik deel de zorg en na een bezoekje aan mw. T. breng ik, na overleg, haar naam naar voren in het MDO. Daar wordt verrast opgekeken, mw. komt zelden bij de huisarts en er zijn geen problemen bekend. Na een bezoekje van de praktijkverpleegkundige, later een diagnose door de geriater is nu een heel zorgnetwerk om haar heen ontstaan.
Signalering
In een gemeente die steeds meer vergrijst neemt het aantal dementerenden ook toe. Daarbij komt dat het netwerk van familie rondom een oudere klein kan zijn en op afstand. Het sociale netwerk van een oudere bestaat zo steeds meer uit de woonomgeving, verenigingsleven en ook de kerk. Een wijkbezoeker/ buurvrouw/ gemeentelid etc. die met regelmaat een oudere ontmoet kan een verandering t.o.v. het gebruikelijke gedrag van deze persoon opmerken. Het gaat dan niet alleen om veranderingen in het geheugen maar ook in zelfverzorging, stemmingen, onrust, lichamelijke problemen, etc. De dementerende bemerkt dat zaken anders gaan in het hoofd en reageert daarop in gedrag en emotie. Wie nauw bij deze persoon betrokken is signaleert de eerste veranderingen.
Wanneer er geen of moeizaam contact met familie van een oudere is, is het mogelijk om als pastor deze naam in te brengen in het MDO overleg. Wanneer plaatselijk dit overleg niet aanwezig is, is het wellicht mogelijk om te overleggen met de desbetreffende huisarts nadat de oudere hiervoor toestemming heeft gegeven. Het is hierin wel eens wat laveren omdat niet iedere oudere hier het nut van inziet. ‘Ik mankeer niets, het gaat me nog prima af.’ Het vraagt tact en fijngevoeligheid van de pastor.
Omzien
Een oudere met dementie/ ziekte van Alzheimer blijft momenteel zolang mogelijk thuis wonen. Met allerlei voorzieningen als dagopvang, maaltijdbezorging en thuiszorg. De gemeente mag hierin ook een rol spelen. Niet professioneel, wel door geregeld aan te gaan voor een bezoekje/ een boodschapje of klusje in de tuin. Of door de oudere te blijven attenderen op activiteiten van de kerk en hen hiervoor ook op te halen. Belangrijk hierin is trouw en gemoedelijkheid. De pastor kan hierin een aansturende rol spelen door te zoeken naar iemand die hiervoor de coördinatie op zich neemt. Maar… niet alleen voor de oudere zelf, ook voor diens partner is (ont)zorg nodig. Een middagje zorg dragen voor een oudere met dementie zodat de partner ruimte krijgt om zijn/ haar eigen bezigheden te doen.
Pastoraat
In het pastoraat is de gespreksinhoud afhankelijk van de fase waarin de dementerende zich bevindt. Wanneer deze weet dat dementie bezig is dan kan hier pijn en boosheid om zijn. Is de dementie verder en is de boosheid verminderd dan kun je soms heerlijk zoeken en praten met ouderen. En daarin kun je terugkeren naar de tijd van de opvoeding en de rol van het geloof hierin. Bijvoorbeeld samen zingen uit Joh. De Heer of psalmen uit de oude berijming. Altijd handig om zo’n bundel in je tas te hebben. Of het lezen van bekendere Bijbelgedeelten en daarover praten. Of gebruik foto’s/ Bijbelspreuken aan de muur als gespreksstof. Als pastor hoef je bij de dementerende oudere echt niet met lege handen te staan. En ook hier… denk om de partner! Die ziet diens man/ vrouw steeds meer en meer veranderen en wegglijden in een ander wijze van bestaan. Spreek deze persoon eens alleen zodat er ruimte is voor zijn/ haar verhaal. Geleid door Gods Geest vind je vanzelf de wegen om te gaan.
Gepubliceerd in ‘Kerk en Werk’ september 2011