Aankomend bij de receptie van de Regenboog in Dronten kan ik kiezen welke kant ik opga. Terwijl een aantal bewoners mij vriendelijk en een tikkeltje nieuwsgierig aankijkt, kies ik voor rechtsaf. Een weg die wat minder in het zicht ligt. Na de klapdeuren ligt een lange gang voor me. Het lijkt wel symbolisch. Alsof het even duurt voordat je uit de alledaagse beslommeringen bent overgestapt in de psychogeriatrie.
Aan de linkerkant passeer ik de kamers van allerhande personeel die gelinkt zijn aan wat achter die verre deur gebeurt. Van de geestelijk verzorger tot de pedicure. Rechts behoud ik contact met de buitenwereld door ruime ramen. Aangekomen bij de deur hangt een groot bord met een code erop. Een code die nodig is om straks weer naar buiten te kunnen. Ik kom hier blijkbaar makkelijker binnen dan buiten! Ik doe de zware deur open en stap binnen in het verpleeghuis gedeelte van De Regenboog.
Een verpleeghuis waar mensen wonen met een psychogeriatrische problematiek. Mensen die dementeren, die soms veel lichamelijke verzorging nodig hebben. Tachtigers maar ook jongere mensen van net 60 jaar. Mensen die zijn gaan dementeren door de ouderdom of door de ziekte van Alzheimer. Met allerlei lichamelijke ongemakken erbij. De bewoners lijden aan geheugenverlies, mogelijke karakterverandering en verliezen aandacht voor eigen verzorging en uiterlijk.
Rondlopend door het verpleeghuis, pratend met bewoners, met verzorging, vraag ik mij af: waar is de kerk hier? Wat biedt de kerk, de Prot. Gemeenten in Dronten, Biddinghuizen, Swifterbant, aan deze bewoners en diens familie?
Wanneer iemand wordt opgenomen dan gebeurt het vaak dat de kerk de geestelijke zorg overlaat aan… aan wie? De geestelijk verzorger die in dit verpleeghuis een paar uurtjes per week werkt is voor alle bewoners. Zij is in dienst van Coloriet, waar de Regenboog onder valt, en niet in dienst van een kerkelijke gemeente.
De gemeenteleden die worden opgenomen en behoren bij de Prot. gemeente zijn ook na opname nog steeds lid van deze gemeente. Het zijn de broeders en zusters die niet actief meer mee kunnen doen, die niet veel meer begrijpen van kerk en wereld maar die in Gods ogen heel waardevol zijn. Zij zijn mensen met een naam. Een naam die zij zelf tot op het laatst vaak nog wél weten! Een naam die hen tot mens maakt. Een naam waarmee een ieder door God gekend wordt. Zo staat in Jes. 43:1 “… vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn.”
Ga eens op zoek naar deze mensen, bezoek hen, ga eens mee met iemand die een familielid heeft die hier woont. Het gaat vaak niet om de gesprekken, maar om de aandacht, de zorg, dat je een arm om een schouder legt, dat je voor iemand tot naaste bent. Of bezoek eens de kerkdienst op de 2e en 4e zondag van de maand om 11.15 uur.
Bezoek de thuisblijvers eens en neem voor hen de tijd. Want definitief niet meer thuis kunnen wonen… het is voor velen het begin van het afscheid nemen, het rouwen om een verlies.
Ga eens naar de Regenboog en neem de stap, rechtsaf naar de deur en leer een naam kennen. Een mens kennen.
Gepubliceerd in: ‘Het Nieuwe Kerkblad’ september 2005