Onlangs was ik met groep 8 van een plaatselijke basisschool in het Ontdekbos Harderhoek van Natuurmonumenten. Voor de natuur en wandelliefhebbers, het ligt aan het eind van de Mosselweg bij de Karekietweg. Oude broek in de laarzen, zonnetje erbij en gewapend met een loep mochten we struinen. En het mooie was, je mocht, nee, je móest van de paden af! Voor de kinderen geen probleem, die waren al gauw verdwenen in de drassige veldjes richting bruggetje of poel. Nou ja, dan zelf ook maar de velden in. Nu is mijn plantenkennis nihil, maar een distel weet ik nog wel te onderscheiden. En die waren er in overvloed. Het bos bestaat nog maar een jaar maar deze plant heeft al snel wortel geschoten. Mijn gedachten dwaalden af naar de bijbel. Een distel wordt in de bijbel in één adem genoemd met dorens. Dorens en distels, en daar word je niet vrolijk van. Dorens en distels zijn onkruid. Ze groeien zo snel dat ze andere planten verstikken. Ze staan de oogst van de goede vruchten in de weg. In het ontdekbos lieten de boswachters het gebeuren maar wanneer je een akker hebt moet er worden gewied. En al snel, voordat de distels het opkomende gewas overwoekeren.
Op een bijeenkomst van de werkgroep pastoraat werd gesproken over de invloed van (groot)ouders op de (klein)kinderen. Hoe je met een bloedband aan elkaar verbonden zit. Zo kunnen woorden een kind zijn leven lang vergezellen. Een positief woord werkt vaak goed uit. Maar een negatief woord kan zich als een distelzaad gedragen. Het schiet in je op, snel, en verdringt positieve woorden, verdringt de mooie kanten; de vruchten. Onderstaand gedicht van Ida Gerhardt geeft dat precies weer.
Het distelzaad
Ik hoorde een vrouw; zij zeide tot haar kind,
zómaar op straat: “’t Was heel wat beter als
jij nooit geboren was.’ Het zei niets terug,
het was nog te klein, maar het begon ineens
sleepvoetig traag te lopen; als een die
in ballingschap een juk met manden torst
en radeloos merkt dat zij zwanger is.
In Babylon misschien of Nineveh
Ja, het wás zwanger, zwanger van dat woord.
Dat was, in duisternis ontkiemd, op weg:
tot in het derde en vierde nageslacht.
We zijn bestemd om vrucht te dragen, geen distels. Laten we daarom voorzichtig zijn in onze woorden en daden want een distel groeit sneller dan een vrucht.
Gepubliceerd in ‘Het Nieuwe Kerkblad’ oktober 2009