Naar het zuiden

30 juni 2008. Je zit hooguit een kwartiertje bij de arts die met een wat invoelende blik je direct meedeelt dat de uitslagen niet goed zijn. En je intuïtief vermoeden wordt bewaarheid. Borstkanker… termen als operatie, bestralen en chemokuren worden genoemd. En ik weet dat ik nu aan de beurt ben. Geregeld bij anderen geweest die soortgelijke berichten ontvingen, getracht hen wat bij te staan, nu gaat het om mij. En zo verandert mijn leven totaal. In plaats van pastoraal werker, iemand die in kerk en samenleving staat, studie theologie doet ben ik geworden tot ziekenhuisganger waar ik slechts een achternaam ben en mijn geboortedatum gevraagd wordt en steeds de confrontatie volgt met mijn diagnose. Wie ben ik eigenlijk nog? En diep van binnen voel ik boosheid. Ik wil dit niet. Ik ben het er niet mee eens. Had dit niet voorkomen kunnen worden? Had God die niet tegen kunnen houden?

Ik weet dat pijn, ziekte, lijden bij het leven hoort. In mijn beleving een gevolg van de zondeval. Geen mens kan eraan ontkomen. Ik ook niet… maar toch! Dit wil niet zeggen dat ik het zomaar accepteer. Een berustende houding aanneem en slechts aanvaard. Zo zit ik niet in mekaar. In de ziekenhuisopnames, wanneer het ’s avonds donker werd, ’s nachts heb ik mijn strijd aan God heftig voorgelegd. En thuis evenzo. Emoties bij bepaalde liederen. Maanden van een zoektocht naar mijn weg, mijn houding in dit ziekteproces.

Op een morgen werd ik geconfronteerd met de houding van het volk Israël in de woestijn. Ze waren met regelmaat woest op Mozes. Boos, er niet mee eens. Tijden van geen water, geen eten, vijandige volken en het ergste van alles was dat ze ook nog de verkeerde kant opgingen! In plaats van richting het beloofde land, naar het noorden te reizen vanaf Egypte gingen ze naar het zuiden. Steeds verder van het beloofde land af! Egypte was dan nog beter. Daar was voedsel, water, onderdak en hoefden ze zichzelf niet te verdedigen. (De slavernij, onvrijheid werd gemakshalve dan vergeten.)

Woest op Mozes en hiermee ook woest op God. Want Hij was het die het volk de weg wees door Mozes. Mozes wees ze erop dat ze eerst een feest moesten vieren ter ere van de Verlosser. Eerst moesten ze God ontmoeten op de Sinaï.

Ik voel mij alsof ik op weg naar het zuiden ben. Alsof ik plots een levensreis aan het gaan ben met een grote omweg. Steeds verder kom van mijn doel. Mijn levensinvulling van voor 30 juni lijkt mij beter dan het huidige. Waar ben ik nu naar op weg? Naar ontmoeting met God zoals Mozes het volk voorhield?

Het is waar, snappen doe ik het niet, het nut van deze weg naar het zuiden zie ik (nog) niet maar mijn relatie met God wordt wel intenser. Ik bemerk zijn aanwezigheid rondom mij. De felheid van mijn vragen wordt minder (al zijn ze er nog wel) het is meer een koesteren in zijn nabijheid. Ja, het zuiden brengt mij wel bij een ontmoeten van God.  Hoe diep ik ook zit, God is daaronder. Soms is het voelen, maar vaak is het ook een wilsdaad van geloven. Een verstandelijk weten in tijden waarin mijn gevoel overheerst wordt door bijvoorbeeld de chemobijwerkingen. Het zal nog even duren deze reis naar het zuiden…

Gepubliceerd in ‘Het Nieuwe Kerkblad’ november 2008

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s