Toch Heer, bent u onze Vader, wij zijn de klei, door u gevormd, wij zijn het werk van uw handen. Jes.64:7
Basisschool, een bonk harde klei ligt voor je… met de opdracht: ‘maak er wat moois van!’ Tja, dat bezorgt een niet creatief figuur zoals ik ben, nou niet bepaald een ontspannende jubelstemming. Je slaat wat met die klei op je tafeltje, kneedt er wat in en na enige vertwijfeling besluit je een schilpadje te maken. Een ovaal bergje, waaraan vier poten worden vastgeduwd, in de hoop dat die er niet afvallen. Wat streepjes op de rug en klaar is de schildpad. Thuisgekomen met je werkstuk zijn inmiddels twee pootjes afgebroken en belandt het kunstwerk vanzelf in de vuilnisbak.
Ik heb altijd al wel het idee gehad dat mijn kleikunstwerken niet het voorbeeld zijn van de vormsels die vergeleken worden met de creaties van onze Heer. Maar wat er wel bedoeld werd ontdekte ik een beetje toen ik onlangs bij een pottenbakker was. Hij liet zien hoe uit een hoop klei een sierlijk potje of schaaltje gemaakt kon worden. Een paar bewegingen van zijn voet op de draaischijf, zijn handen rond de klei, de klei vormen tot een geheel in het midden op de draaischijf en dan beginnen met vormen. Het zag er sierlijk uit en ook niet zo moeilijk…
Toen zelf aan de gang. Alle basisschoolervaringen aan de kant schuivend, begon mijn voet de schijf in beweging te zetten. Al snel ontdekkend wat voor een vermoeiend werk dit is. Nou die klomp klei mooi vormen tot een geheel… maar het midden van de draaischijf lag bij mij wel erg naar rechts en de klei zwiepte heen en weer. De pottenbakker kwam langs, deed zijn handen om de klei en mijn gepruts was hersteld. Mooi in het midden probeerde ik voorzichtig een schaaltje te maken. Duim erin, van binnen naar buiten duwen en zie daar … de klei ging zich vormen en ik begon enthousiast te worden. Zou er toch nog een pottenbakker in mij schuilen? Maar dit opborrelende gevoel werd al snel de kop ingedrukt, de bovenste laag klei brak eraf, schaaltje gehalveerd. Nee, dit kon niet op de basisschoolmanier eraan geplakt worden. De pottenbakker pakte de klei, kneedde het en legde het weg. “Deze klei mag even rusten”, zo zei hij. “Dan gaan we het opnieuw proberen met deze klei.”
Schitterend beeld… Klei die mag rusten. Even opzij gelegd worden en een pottenbakker die geregeld kijkt of de klei alweer goed is om mee te boetseren. En als het moment daar is, dan wordt opnieuw de klei gevormd. De klei is niet afgewezen, niet waardeloos in een vuilnisbak gegooid. Even opademen, verleden afschuddend, dan opnieuw geboetseerd worden.
Een Vader die mensen vormt zoals een pottenbakker zijn klei, geeft je na butsen, scheuren en deuken in je leven, gelegenheid om op te ademen, te rusten. Even niet moeten, maar mogen. En daarbij je niet uit het oog verliezend, het rustproces in de gaten houdend, hoe lang het ook duurt. En de ene kleibeschadiging is de andere niet, het vraagt soms veel tijd. Tijd in de geborgenheid van de Pottenbakker – Vader.
Het is me wel gelukt. In mijn ogen een aardig potje gekleid. Over een paar weken te bewonderen. Eerst moet het nog gebakken worden. Loutering op 900 graden.
Gepubliceerd in ‘Het Nieuwe Kerkblad’ maart 2007