In de crisis van het leven komt deze vraag naar boven.
Gesteld door anderen, gedacht door jezelf. Wat mij overkomt, waar is nu God?
Wanneer je staat bij het mandje van je overleden (klein)kindje.
Wanneer ziekte je leven beheerst.
Wanneer je kinderen zich van het geloof afkeren.
Wanneer je het niet begrijpt…
alles uit je handen dreigt weg te glippen.
‘Waar is dan je God?’
Stel je de vraag ook in vreugde?
Is God er dan vanzelfsprekend wel?
Of leef je dan gewoon onbezorgd verder.
Niet aan God denkend.
De schrijver van Psalm 42 roept zijn klacht uit tot God.
Want hij gelooft;
God is mijn hoop,
God ziet mij,
God redt mij.
Hij vertrouwt dat zijn leven is in Gods hoede.
Ook al snapt hij er niets van.
Het zij zo.
Een mens kan God niet doorgronden.
De loop van het leven is niet in onze handen.
‘Mijn plannen zijn niet jullie plannen,
en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER.
Want zo hoog als de hemel is boven de aarde,
zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven,
en mijn plannen jullie plannen.’ (Jes.55:8,9)
Het vraagt strijd, voortdurend
en het kost je ‘eigen baas zijn over je leven’.
Maar…
durf je je over te geven aan God?
Overgave óndanks ziekte, dood en al je vragen?
Durf je in God je Meerdere te erkennen?
Wil je, je eigen wil op te geven?
En laten vullen door Gods Geest.
Gepubliceerd in ‘Het Nieuwe Kerkblad’ mei 2009